Kies uw profiel:

  1. Nieuw profiel

Alfred doet een stap terug - de speech van Natascha daarover

Tijdens de vrijwilligersborrel waar normaliter alle vrijwilligers van de club worden bedankt voor hun inzet voor de club, bedankten dit keer de vrijwilligers namens alle leden hun voorzitter, Alfred Ankum. Hieronder de transcriptie van de speech, die Natascha Stroo namens de gehele vereniging aan Alfred opdroeg.

Lieve clubgenoten, mag ik even uw aandacht. En Alfred, mag ik jou vragen om even naar voren te komen.

Alfred, het moment waarvan we al een klein jaar weten dat het zou komen, is aangebroken. Jij gaat afscheid nemen als voorzitter van misschien wel de mooiste korfbalclub van Nederland. En als je de mooiste korfbalclub van Nederland bent, dan durf ik uit te spreken, dat je tevens de mooiste korfbalclub van de wereld bent.

Afgelopen donderdagochtend ontving ik een appje van Angelique met de vraag of ik namens de gehele club het woord tot je wilde richten. Want, zo schreef Angelique, jij bent zo goed met woorden. Ik zal eerlijk zijn, ik kreeg daar een brok van in mijn keel. Jou mogen toespreken, vind ik een heel grote eer. Ik ben wellicht beter met woorden dan met een bal in het veld, maar ik vertrouw mijn woorden het liefst aan het papier toe. Daarom heb ik de woorden van te voren opgeschreven en deze draag ik vanaf het papier op aan jou.

Dan moet je dus wat gaan opschrijven. Dat kostte me meer moeite dan ik had gedacht. Hoe vat je negentien jaar voorzitterschap kort samen? Dat is een bijna onmogelijke opgave. Ne-gen-tien jaar! Weet je hoe lang dat is? Dat zijn 228 maanden, 988 weken of 6.939 dagen (hierin zitten de 4 schrikkeldagen verwerkt). Bij voorbaat vraag ik dan ook je vergiffenis als ik niet jouw gehele palmares heb genoemd.

In 1998 nam jij de voorzittershamer over van Dick Kaper. En uit wel ingelichte bronnen heb ik vernomen dat dit niet zonder slag of stoot ging. Er was enige weerstand binnen het toenmalige bestuur. Was het wel een goed idee om die eigengereide krullenbol - ja, die had je toen nog een beetje - voorzitter te maken van KZ? Ze kenden je tenslotte een beetje, je zat al 10 jaar in het bestuur. In hun ogen nam het bestuur een groot risico. Daarom begon je niet alleen, maar ging een soort duovoorzitterschap aan met Hans Stokebrand. Al bij de halfjaarlijkse vergadering werd duidelijk dat die combinatie niet goed werkte en ging jij alleen door als voorzitter, bijna twee decennia lang.

Enkele maanden geleden nam ik deel aan de brainstormsessie, die door Chris Kaper werd georganiseerd ten behoeve van jouw opvolging. De deelnemers moesten van Chris opschrijven waaraan een voorzitter, de nieuwe voorzitter, in hun ogen zou moeten voldoen. Het eerste wat ik dacht was: 'het moet geen nieuwe Alfred zijn'. Niet omdat ik vind dat je er niets van terecht hebt gebracht, integendeel, maar het zou jouw opvolger geen eerlijke kans bieden. HijZij zou niets te winnen hebben, maar alles te verliezen. En zo begon ik met mijn lijstje: Een voorzitter van KZ moet zichtbaar zijn voor en betrokken zijn bij de gehele club, moet verbinden, kunnen besturen, kunnen communiceren binnen en buiten de club, moet daadkrachtig zijn en moet kunnen delegeren.

Het was absoluut niet mijn intentie, maar toch omschreef ik jou, op die laatste eigenschap na dan. Want delegeren was en is jouw achilleshiel. Niemand hier zal dat ontkennen. Na enige aarzeling zal je dat zelf ook vermoedelijke beamen. Zichtbaar en betrokken bij de vereniging was je meer dan genoeg. Je interesseerde je en maakte je hard voor de breedtesport, de jongste jeugd, de recreanten. Je voelde je niet te goed om in weer en wind jeugdwedstrijden te fluiten, een tosti te bakken of een biertje te tappen. Vol overgave ook weer, maar de prijs voor de beste kastelein zal je nooit winnen.

Laten we weer even teruggaan naar dat prille begin. Als we toen hadden gestaan op de plek waar we nu staan, hadden we op een rafelig en rommelig gravelveld gestaan, hadden uitgekeken op ons geliefde Stekkie, waar je zoveel uren van je leven al had doorgebracht en de komende 18 jaar nog zou doorbrengen. Voornamelijk in de zomermaanden, want in de winter was je te vinden een paar honderd meter zuidelijker in sporthal De Sprong. Sporthal, onthoud dat woord, het is een kernwoord in jouw voorzittersbestaan.

Je zonen waren nog lieve kleine schatjes. Schatjes zijn het natuurlijk nog steeds, klein kunnen we ze niet meer noemen. Je vrouw was nog een jonge blom. Iets ouder is ze nu, maar uitgebloeid nog lang niet. Ik noem je gezin expliciet, zij vormden de basis, waardoor jij de voorzitter zou kunnen worden die je bent geworden. Een voorzitter vol overgave, met visie, wilskracht, en een onvoorwaardelijke liefde voor de club KZ en haar leden. Maar ook, en dat woord is al eerder gevallen, eigengereid. En daarmee dreef je menigeen nog weleens tot wanhoop. Een beetje kritisch mag ik hier ook best even zijn, want je bemoeide je ook werkelijk overal mee. Je wist het altijd beter, maar vaak kreeg je uiteindelijk ook gelijk.

Alfred, weet jij nog welke spelers in het eerste meespeelden in jouw eerste jaar als voorzitter? Bijna goed. Het waren Roy Gruijs, Jeroen Mars, Maarten Stoltenberg, Thijs Kaper, Onne Stark, Dieter Lembeck, Wibo Valkenburg, Odet Gruijs, Mirjam Gruijs, Cecilia van Dalen, Susan Geurdes, Marjet de Boer, Arianne Heinhuis en Joyce Meijns.

Het moet op een zonnige zondagmiddag zijn geweest dat jij ze zag spelen op dat knollenveld met losse lijnen, die vaak door de spelers zelf nog even verlegd moest worden. Toen moet jij gedacht hebben 'Dit moet toch anders, dit moet beter, professioneler. Het hoogste podium, landskampioen, Ahoy'. Als betrokken en visionair clubman wist je namelijk ook dat er in de jeugd op dat moment heel veel talentjes rondliepen.

Enkele jaren later kwam onder jouw leiding dat beleidsplan, dat zou moeten leiden tot het landskampioenschap. Er was enige scepsis binnen de club. Sommigen, waaronder ik, waren bang dat de authenticiteit van de club, het kneuterige, het gezellige verloren zou gaan. Jij overtuigde iedereen, ook mij. We kunnen de beste van Nederland worden, als we het maar met elkaar doen. En dat deden we onder jouw bezielende leiding. Want net als je altijd hebt gezegd dat je zonder je gezin het niet had gekund, heb je ook altijd gezegd dat we het samen moesten doen, jij en alle andere vrijwilligers.

Ik ga niet heel lang stil staan bij al die sportieve hoogtepunten die volgden. Daar hebben we het in het afgelopen jaar bij het afscheid van die andere clubhelden al vaak genoeg over gehad. Maar toch durf ik en wil ik zeggen dat jij de grondlegger hiervan was.

Na zoveel successen zouden velen op hun lauweren gaan rusten. Stoppen op je hoogtepunt, niet waar? Jij niet, want er was nog iets anders waar je je in vast had gebeten. Een topsporthal moest er komen. Je beet je erin vast als een pitbull. En weer dreef je een ieder tot wanhoop. Nu niet zo zeer bij de club, maar bij de gemeente. Af en toe vreesde ik dat je een straatverbod opgelegd zou krijgen voor de buurt rondom het Bannehof. Ze moeten gek van je geworden zijn, daar kwam je weer aan met je papieren, je ideeën, verhalen, jarenlang heb je gelobbyd voor die topsporthal. En jarenlang werd je tegengewerkt door dat logge gemeenteapparaat. Ik zeg je eerlijk, er zijn momenten geweest dat ik dacht, dit gaat hem nooit lukken. Stop er toch mee, gooi die handdoek toch in de ring. Maar toen kwam je met een in mijn ogen briljant statement. Je zou de voorzittershamer pas neerleggen als die topsporthal er zou staan. Toen moet de gemeente gedacht hebben, we komen nooit van hem af. Zet die vermaledijde hal alsjeblieft neer!

En kijk eens, daar staat hij, jouw hal. Onze hal. De Topsporthal. Je bent een man van je woord, de hal staat er, je hebt je taak volbracht. Het is tijd om het gouden pak over te dragen aan je opvolger, Corrie Noom.

Ik vermoed dat je hier met gemengde gevoelens staat. Zo sta ik hier namelijk ook. Ik denk dat ik namens de gehele vereniging spreek als ik zeg dat ik ontzettend trots op je ben en dankbaar voor alles wat je voor de club hebt gedaan. Nu is het tijd voor andere dingen. Ik vroeg het je laatst, wat ga je nu eigenlijk doen. 'Beetje achter de bar, scheidsrechteren, de ploeg van Lars coachen, dat soort dingen', zei je toen. Maar neem van mij aan, dat je dan nog steeds heel veel tijd overhoudt. Misschien dat je mee mag naar de kleiclub van je vrouw? Een miniatuur topsporthalletje kleien? Leuk voor in de kantine, die kan nog wel wat aankleding gebruiken.

Maar we laten je natuurlijk niet met lege handen kleien. Chris, Tim, Rick en Erik kregen een cadeau bij hun afscheid. Tim vond dat jij een zelfde cadeau verdient.
[onthulling van het hierboven getoonde spandoek}

Prachtig natuurlijk, dat spandoek. Maar de leden vonden dat een voorzitter die zo lang de club heeft gediend, zoveel voor ons heeft betekend, iets voor de eeuwigheid verdient.




Alfred, het gaat je goed. We gaan nu genieten van onze vakanties. Daarna komen we weer hier terug en drinken we een pintje op het naar jouw genoemde plein. Santé!



.